Wat is een wisselschakelaar en hoe installeer je die?

De betekenis van verschillende elektra symbolen
18 januari 2015
Wat kost een schilder? 
26 juni 2015

Als je een lamp wilt bedienen op meerdere plaatsen in huis, dan wil je graag meerdere schakelaars waarmee je deze lamp kan bedienen. Helaas komt het maar vaak genoeg voor dat je maar één schakelaar hebt. Om dit te omzeilen is het mogelijk om gebruik te maken van een wisselschakeling. Voorbeelden hiervan zijn trappenhuizen, gangen en hotels waar je één schakelaar zowel bovenaan als onderaan de trap hebt. Met een wisselschakelaar of wisselschakeling kun je dus bijvoorbeeld een aangesloten lamp op zolder en badkamer in- en uitschakelen, met 2 knoppen die aangesloten zijn op het lichtnet.

De meeste wisselschakelaars bevatten 3 verschillende contacten. Je hebt altijd een gemeenschappelijk moedercontact en twee wisselcontacten. Je opent de ene stroomkring, terwijl de andere wordt gesloten. Een wisselschakelaar of universeel schakelaar is bij elke bouwmarkt of online winkel gespecialiseerd in huis, tuin en keuken apparatuur te kopen of bestellen. We bekijken wat stap voor stap nodig is om succesvol een wisselschakeling aan te leggen.

Belangrijke tip voordat je begint aan deze klus: zorg er voor dat de stroom uitstaat! Sluit dus de groep uit waar je aan het werk bent.

Benodigde materialen

Voor deze klus heb je de volgende materialen nodig:

  • 2 wisselschakelaars
  • 1 centraaldoos
  • 2 wanddozen
  • Elektriciteitsbuizen
  • Draadstriptang
  • Kleine schroevendraaier
  • Trekveer
  • Buigveer
  • Boormachine

Stroomschema

Teken het stroomschema uit op papier. Betrek hierin de basiselementen die nodig zijn: de centraaldoos, 2 schakelaars en het lichtpunt. Kenmerkend is dat een stroomschema altijd een sluitend circuit moet zijn. Vanaf de centraaldoos, de stroomaanvoer, gaat een blauwe draad naar het lichtpunt:

  • Een bruine draad gaat naar schakelaar 1 (in de aansluiting ‘L’).
  • Vanaf schakelaar 1 gaan twee zwarte draden naar schakelaar 2.
  • Vanaf schakelaar 2 gaat één zwarte draad (van aansluiting ‘L’) naar het lichtpunt.

Aansluiten

Zorg ervoor dat je de centraal vindt of monteert. Koppel de ene centraaldoos aan de andere om stroom te krijgen, door de draden die dezelfde kleur hebben aan elkaar te binden. Daarnaast heb je 2 gaten nodig, twee voor de schakelaars en één voor de lamp zelf. Nu kun je de buizen plaatsten door een buis vanaf de centraaldoos naar schakelaar 1 te plaatsen.

  • Plaats een buis van schakelaar 1 naar schakelaar 2
  • Plaats een buis van schakelaar 2 (wanddoos) naar het gat van de lamp
  • Plaats een buis van het gat van de lamp naar de centraaldoos.

Sluit u de bruine draad op de L aan, 2 zwarte draden op 1 en 2. De andere zwarte draad die naar de lamp gaat, sluit je aan op de aansluiting met de letter ‘L’. Sluit nu de zwarte schakeldraad en de blauwe nuldraad aan op de lamp. Als het goed is ziet u nu dat er licht is.

Kleurgebruik

Er worden verschillende kleuren gebruikt en elke kleur heeft zijn eigen werking. In het onderstaande overzicht staat een handig lijstje met kleuren. Belangrijk is hierbij om te weten dat de kleuren gewijzigd zijn na 1970.

Type draad Nederland voor 1970 Nederland huidig (vanaf 1970)
Aardedraad Wit of Grijs Geel/Groen
Fasedraad Groen Bruin
Nuldraad Rood Lichtblauw
Schakeldraad Zwart Zwart

Kruisschakeling

Een uitbreiding op de wisselschakeling is de kruisschakeling. Wanneer je op meer dan twee plaatsen een lamp wilt in- en uitschakelen dien je gebruik te maken van een kruisschakeling.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *